Wat houdt garantie in?

Wat houdt het begrip garantie in en wat is het conformiteitsbeginsel? In ieder geval zijn het zaken die voor iedere verkoper belangrijk zijn om te weten.

Garantie
Kort samengevat houdt garantie in dat een product dat een mankement vertoont gratis wordt gemaakt of (als dat niet meer mogelijk is) wordt vergoed. Daarnaast wordt in het Burgerlijk Wetboek (artikel 6a, lid 5 BW7) het begrip garantie omschreven als "een in een garantiebewijs of reclame gedane toezegging". Dat houdt in dat ook reclame-uitingen dus een garantie zijn. En daarbij maakt het niet uit of mondeling zijn gedaan of zwart op wit staan. Er moet in zo'n geval natuurlijk wel kunnen worden bewezen dat ze zijn gedaan.
Garantie kan zowel door de verkoper (de leverancier van de consument) als door de fabrikant van het product worden gegeven. Gewoonlijk is dat laatste het geval. Wie de garantietoezeggingen van winkeliers doorneemt, ziet dat het meestal om niet meer gaat dan de toezegging dat er fabrieksgarantie wordt gegeven. Doet zich tijdens de garantieperiode een mankement voor, dan behoort de fabrikant er voor zorgen dat dit wordt verholpen.
Tijdens de garantieperiode geldt dat, als er in die periode toch iets kapot gaat, de bewijslast bij de garantieverlener ligt. Die kan zich er dus bijvoorbeeld niet vanaf maken door te zeggen "het is kapot omdat u met de spullen hebt lopen smijten". Zoiets beweren is makkelijk, maar er zal in dat geval toch moeten bewezen dat de schuld echt bij de koper ligt. Kan de garantieverlener dat niet, komt herstel voor zijn rekening. ICT Office Centre garandeert dat de te leveren zaken voldoen aan de gebruikelijke eisen en normen die daaraan kunnen worden gesteld en vrij zijn van welke gebreken ook.

Conformiteit
In de praktijk houdt een garantie dus gewoonlijk een 'geen-gezeur-periode' in. Maar ook al krijgt een koper helemaal geen garantie bij een nieuw product (en in principe is dat mogelijk), dan nog heeft hij rechten.
Allereerst is er het zogenaamde conformiteitsbeginsel, wettelijk geregeld in artikel 17, lid 2 BW 7. Dit houdt in dat een product moet voldoen aan de verwachtingen die daaraan redelijkerwijze kunnen worden gesteld. Om enkele voorbeelden te noemen: een slagroomtaart mag niet zuur zijn op het moment dat die de winkel verlaat, een televisie moet op een behoorlijke manier televisieprogramma's kunnen tonen en een wasmachine waarvan de verkoper beweerde dat die toch zeker tien jaar mee zou gaan, mag niet na drie jaar stuk zijn. Ook niet als dan inmiddels de garantie al is verlopen.

Eerste halfjaar
Aan het conformiteitsbeginsel is door de wetgever ook al meteen een eerste dwingende termijn gesteld, namelijk een halfjaar (artikel 18, lid 2 BW7). Vertoont een product binnen zes maanden na aflevering een gebrek, dan gaat men er van uit dat dit gebrek van het begin af aan aanwezig is geweest zodat er dus sprake is van non-conformiteit. In dat geval moet de verkoper het probleem verhelpen, behalve natuurlijk als hij bijvoorbeeld kan bewijzen dat het mankement is ontstaan door schuld van de koper.

Bij klachten naar de verkoper
Mankeert er iets aan hetgeen u hebt gekocht, dan moet een consument met de klachten bij zijn leverancier zijn, want dat is degene waarmee hij de koopovereenkomst heeft gesloten. Als er nog fabrieksgarantie is zullen veel winkeliers bij problemen doorverwijzen naar de fabrikant. Op zich hoeft dat geen bezwaar te zijn, want gewoonlijk handelt die dergelijke zaken goed af. Maar als de consument daarmee niet tevreden is, kan hij altijd de winkelier aanspreken. Want voorop blijft staan dat deze, als iets niet goed werkt, als verkoper van de spullen verantwoordelijk is voor een oplossing van problemen. Dat hij de kapotte spullen naar anderen stuurt voor reparatie, is voor zijn klanten niet van belang. Die hebben alleen met hem te maken.

Kosteloze reparatie
Wanneer het gekochte product een gebrek vertoont, is de verkoper verplicht kosteloos te repareren. Dit staat los van het feit of er wel of geen garantie is. Hij kan het artikel ook vervangen als reparatie redelijkerwijs niet kan worden verlangd. Brengt een en ander kosten met zich mee, dan zijn deze voor rekening van de verkoper. Dit geldt voor alle kosten, dus ook bijvoorbeeld voor de verzendkosten die de koper heeft betaald als hij het kapotte product voor reparatie heeft moeten opsturen. Dit is een zogenaamde gevolgschade. 

Is herstel of vervanging niet mogelijk, dan mag de koper de overeenkomst ontbinden. Dat wil zeggen dat de verkoper het gekochte moet terugnemen tegen terugbetaling van de koopprijs. Voorwaarde daarbij is uiteraard wel dat het gebrek niet door toedoen van de gebruiker is ontstaan.

Deze zaken zijn geregeld in de artikelen 21 en 22 BW7.